5 Oct. Er waren vijf H. Missen in de kerk, die propvol was met Spoordonksche en geëvacueerden.
De zusters gingen ’s morgens om 6 uur naar de kerk, terwijl het donker was en volgden alle
H. Missen, soms tot 9 uur en later. Eerst om 11 uur aten zij.
De buitenzusters werkten in hun vrijen tijd in den tuin, andere slotzusters veegden iederen dag de kerk en sacristie en verstelden de passanten of de kleeren van de pastoor, anderen sneeden de eigenteelttabaks bladeren voor den pastoor, weer anderen plukten de appels en peeren, anderen werkten mee in de leuken voor het middagmaal. Sien de huishoudster hielp de zusters mee met het koken.
De eerste dagen ging Zuster Maria en Zuster Josephina nog een ander halen naar het klooster, om dit in veiligheid te brengen. Dit ging soms met levensgevaar gepaard, daar het voortdurend granaten regende op Oirschot.
’s Avonds ging de pastoor of de pater assistent, na het souper, altijd een bezoek brengen bij de zusters, wanneer zij recreatie hadden, bij een heel klein nachtpitje zaten de zusters dan langs de muren van de kamer, maar waren niet tegenstaande de sombere dagen, steeds opgeruimd.
De spiegels van de wastafels hadden zij met doeken bedekt, daar mochten zij niet in kijken.
’s Avonds om 8 ½ uur gingen zij met dat kleine nachtpitje een laatste bezoek brengen in de kerk.
Kortom hun dag orde van het klosster ging gewoon door, alleen behoefden zij geen silentium te houden.
Behalve de zusters Carmelitessen, waren nog op de pastorie gehuisvest, Jan van den Boomen met zijn vrouw en 2 kinderen, de familie van den Boomen, moeder met 4 dochters, J Goossens en zijn vrouw, allen uit Oirschot, later kwam daar bij nog pastoor de Vries.
’s Nachts was het er drukker, in de kelders sliepen soms 60 tot 78 personen, gedeeltelijk in bedden anderen op stroo.
De zusters kwamen niets te kort, A. v. Esch bracht ze aardappelen, melk en meel, ze hadden het thuis nooit zoo goed gehad, zeiden ze.
Comments are closed.