Frater van Geffen werd vanmorgen om 10:30 uur bediend. Hijzelf had nog graag tot zaterdag gewacht, maar men heeft gemeend dat het beter is niet langer uit te stellen. Frater Hacking las de toewijding voor, waarna frater van Geffen zelf een essentieel gedeelte voor las. Daarna kwam Pater Overste met het Ons Heer, vergezeld van pater Hermans, die ook in superpli was. Voor het ontvangen van het Viaticum hernieuwde frater van Geffen zijn gelofte (in mei had hij ze ook reeds afgelegd). Pater Overste sprak daarna nog een hartelijk woordje, waarin hij tot uitdrukking gebracht de grote dankbaarheid die Frans nu wel zou gevoelen jegens God, omdat hij omdat hij zich weer helemaal had mogen geven aan God. Zeker, Jezus en Maria hebben hem op het kruis gelegd. Toch is er grote reden tot dankbaarheid: het kruis is altijd voor Gods lievelingen. Vervolgens het Heilig Oliesel geeft zo’n bijzondere kracht naar ziel en lichaam. Pater Overste wekte dan tenslotte Frans nog één keer op tot een oprecht berouw over alles wat minder goed mocht zijn geweest en spoorde hem aan zich innig te verenigen met het confiteor dat de aanwezige fraters zo dadelijk zouden bidden. Onder grote stilte verrichtte vervolgens Pater Overste die heilige zalvingen op het lichaam van onze zieke confrater. Welk een zorg heeft onze moeder de heilige kerk niet voor haar zwakke kinderen.
Allemaal waren we zeer onder de indruk.
Toen Pater Overste met ’t Ons Heer vertrokken was, zette Pater Somers het Magnificat in, dat we toen allen meebaden. Ook Frans!