Tineke’s verjaardag! Meiske van 8 jaar. Wat worden onze kinderen al groot! ’t Is een dag geweest, die ze misschien haar leven nooit vergeten zal. Maar de herinnering aan deze dagen mag haar maken tot een sterke vrouw, volgens geheel de Wil van O.L.Heer, ook in tegenspoed met een opgewekt gezicht. Vrouw, in den vollen zin: alles voor allen. We gaan met ons drieën naar de Paters, extra voor Tineke en om nog eens extra Gods zegen over Oirschot en Best af te smeken. Onderweg gaat Vader Kemps terug, want ‘men’ zegt dat het evacueeren heusch moet. In de kapel komt Pater Overste ons vertellen, dat er geen H.Mis is, doch wel wordt de H.Communie uitgereikt en is er gelegenheid om te biechten. Ik had zóó gehoopt en vertrouwd op ’t Lieve Vrouwke, maar ben niettemin overtuigd dat Zij voor ons zorgt en ook deze maatregel goed voor ons moet zijn. Buiten de kapel tref ik den Pater, die de bespreking heeft gehad met den commandant van ’t Snepseind. Volgens deze zou dit een strafmaatregel zijn tegen de Oirschotse bevolking. Er zouden afgesneden Tommies met hulp van inwoners weer bij de troepen gekomen zijn; anderen zeggen dat de ondergrondsche organisaties lichtsignalen hebben afgegeven. ’t Is voor mij zeker niet te controleeren. Maar ’t feit blijft: we moeten gaan, mogen vee meenemen. Alleen zeer ouden van dagen, zeer jonge kinderen, zwaar zieken en gebrekkigen met hun verzorgers mogen blijven. Is er dan voor hun minder gevaar? Bij Kemps is alles in rep en roer, ook de fam. Smits is aan ’t pakken en opruimen. Tante Jaantje en haar Zeeuwse évacués (alle drie samen 217 jaar oud) weten niet, wat te doen. Ik wacht af tot Frans komt en probeer rustig te blijven. De 2 Zeeuwse oudjes zullen probeeren onderdak bij de Paters te krijgen. Ze vertrekken en wij zien ze niet terug. Tante Jaantje gaat met de fam. Smits en Kemps naar Helvoirt en Cromvoirt, waar de getrouwde kinderen Kemps wonen. Als Frans komt, wordt besloten, dat ook wij naar Helvoirt gaan. Wij pakken mee, wat noodzakelijk is, moeten echter weer veel, wat kostbaar is, achterlaten, op hoop van zegen, dat we het terug vinden. We verwachten branden en stelen! Max wordt ingespannen, alles geladen, o.a. ook een geslacht varken. Van veel boerderijen staan de hokken en kooien open en koeien, varkens, konijnen, katten en honden loopen los langs den weg in den akker. Er moet en er gaat ook veel op, ook nog wat van ons. En om half twee vertrekt de stoet, na ’t achterblijvende vee nog eens extra van voer voorzien te hebben. Kees voorop met de kar, waaraan twee melkkoeien gebonden zijn, dan wij met trekkar, bolderwagen, Hertha, kinderwagen en wieg. En daarachter de fietsende families Kemps en Smits. We gaan een karrespoor dwars door den akker, zeer moeilijk begaanbaar, maar O.L.Heer is met ons en wij zijn allen moedig. Onderweg gieren de granaten over ons heen, we schrikken van ’t afschieten, dat zeer dicht bij ons gebeurt en hooren de ontploffingen aan de overzijde van ’t kanaal. Gelukkig blijft dit vuren onbeantwoord en een hartelijk gemeend : Dank U, Lieve Heer! is ’t waard, als we deze vuurlinie uit zijn. ’t Gaat langzaam vooruit, maar ’t gaat. De plaats van samenkomst is bij Okkersen in Spoordonk, de fietsers gaan vast vooruit. Na bijna 3 uur loopen komen we er en worden zéér hartelijk ontvangen. Besloten wordt, dat de fietsers doorgaan naar Helvoirt en de wagen met de loopers morgen verder gaat. We eten een boterham met pap en maken onze nachtlegers klaar. De heeren waken om de beurt in ’t stro bij de kar, want ook bij deze familie zijn veel soldaten ingekwartierd. Voor de dames worden peluws, kussens en dekens bij elkaar gezocht en verder op de grond gelegd. ’t Ziet er goed en verlokkend uit, want we zijn moe en gaan er bijtijds in. De fam. Okkerse heeft nieuwe tijd en we gaan er ook toe over.
Comments are closed.